Het gonst van de geruchten in de wandelgangen van de Wetstraat: de invoering van de zogeheten ‘centenindex’ ligt serieus op de formatietafel. Waar de automatische indexering van de lonen jarenlang een onwrikbaar Belgisch heiligdom was, lijkt de regering nu te skaten naar een historisch compromis. Maar wat houdt deze hervorming precies in, waarom ligt het zo gevoelig, en wat merkt u er straks van in uw portemonnee?
Wat is de centenindex precies?
Het huidige Belgische systeem werkt met een procentuele indexering. Als het leven (via de gezondheidsindex) $2\%$ duurder wordt, stijgen alle lonen met $2\%$. Dat betekent dat iemand met een brutoloon van €2.500 er €50 per maand bij krijgt, terwijl een manager met €6.000 bruto er €120 bij krijgt.
De centenindex – ook wel een forfaitaire of degressieve index genoemd – breekt met die logica. In plaats van een vast percentage, krijgt iedereen bij een indexsprong hetzelfde bedrag in euro's (centen) erbij, ongeacht de hoogte van het loon. De overheid berekent de indexstijging dan op basis van het mediaan- of gemiddelde loon in België, en dat exacte nettobedrag wordt als een vast forfait aan elke werknemer uitgekeerd.
Waarom wil de regering dit invoeren?
Voorstanders van de centenindex, met name de linkse partijen en vakbonden, zien het als een krachtig wapen in de strijd tegen de stijgende ongelijkheid. De redenering is simpel: een winkelkar of de energierekening stijgt voor iedereen met evenveel euro's, niet met een percentage. Door een vast bedrag uit te keren, worden de laagste lonen in verhouding veel beter beschermd tegen inflatie, terwijl de koopkracht van de hoogste inkomens een klein deeltje inboet.
Daarnaast biedt het een antwoord op de felle kritiek van werkgeversorganisaties zoals het VBO. Zij klagen al jaren dat de automatische indexering de Belgische bedrijven de das omdoet omdat de loonkosten voor de duurste (en vaak meest productieve) werknemers bij hoge inflatie exponentieel stijgen. De centenindex remt die totale loonkostenexplosie af.
Hoe treft dit uw portemonnee?
Of u wint of verliest bij de centenindex, hangt volledig af van uw huidige loonstrookje. De grenslijn wordt getrokken rond het gemiddelde brutoloon in België (vandaag ruim €4.000 per maand):
- De lagere en middeninkomens winnen: Verdient u minder dan het gemiddelde? Dan krijgt u met de centenindex in verhouding meer geld dan in het oude, procentuele systeem. Uw koopkracht stijgt sneller dan de inflatie.
- De hogere inkomens verliezen: Verdient u meer dan het gemiddelde? Dan dekt het vaste forfait de reële inflatie op uw levensstijl niet volledig. In opeenvolgende indexrondes verliest u dus aan koopkracht.
Kritische stemmen waarschuwen daarnaast voor het 'nivelleringscliché': als hogere functies door de centenindex in verhouding minder gaan verdienen, loont het op termijn minder om promotie te maken of extra verantwoordelijkheid te dragen. Het politieke debat belooft dus nog vurig te worden, maar dat de loonindexering een transformatie ondergaat, lijkt onvermijdelijk.